Na alle uitleg over het onderzoek, ging ik op zoek naar drie verschillende kinderen waarbij ik de enquêtes kon afnemen. Toen ik ze gevonden had, nam ik iedereen apart om hen de drie fragmenten te laten beluisteren en hen de vragen te stellen.
Ik gaf elk kind afzonderlijk de uitleg en liet hen het fragment beluisteren. Indien dit nodig was, mochten ze het twee keer beluisteren.
Eerst interviewde ik een meisje van de tweede kleuterklas. Dit verliep wat moeizaam want ze begreep niet alles. Ze gaf op alle vragen eigenlijk zomaar gewoon een antwoord.
Daarna heb ik een jongen uit het tweede leerjaar geïnterviewd. Dit ging al wat makkelijker. Hij dacht al een beetje meer na bij de antwoorden, en vond het dialect wat grappig.
Als laatste heb ik nog een meisje geïnterviewd uit het zesde leerjaar. Zij begreep de opdracht meteen en dacht over elk antwoord heel goed na. Ze wilde ook heel graag weten of haar antwoord juist of fout was, terwijl ik de juiste antwoorden helemaal zelf niet had.
Ik vond dat de kinderen heel aandachtig aan het luisteren waren. Ze vonden het wat grappig toen ze het fragmentje in het dialect hoorden. Zelf vond ik het ook wat grappig om mijn docent in het dialect te horen praten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten